India-hoppen
Ondertussen zijn we al zo’n 2 weken onderweg. Het voelt vreemd aan om terug toerist te zijn na een jaar in India te wonen. De eerste dagen haalden we ons hart op aan de geneugten van de Italiaanse, Israelische en Japanse keuken. Maar na enkele dagen keken we al terug uit naar onze rijst met dal en curry, omringd door Indiers en niet door backpakkers met allerhande straffe verhalen.
Gelukkig konden we in Dharamsala bij 2 zotte Zuid-Afrikaanse madammen verblijven. Jens had een van hen ontmoet tijdens zijn trip naar India vorig jaar. Het was er heel gezellig. Ze hadden een huisje midden in een dorp in de natuur, op wandelafstand van het drukkere Dharamsala en Mc Leod Ganj. Dit is trouwens de verblijfplaats van de Dalai Lama, er wonen dus veel Tibetanen in deze streek. We hebben er vooral gewandeld, gebabbeld, lekker gegeten, veel koffiekes en theetjes gedronken, kleren leren naaien…
Na een week in de frisse berglucht zijn we naar Delhi gegaan. Pfff. De warmte en drukte kon ons niet echt bekoren. Gelukkig moesen we maar een dag wachten op onze vlieger naar Kerala. En wat nog beter was; we hadden een superkleine hotelkamer met een flatscreen TV die bijna groter was dan onze kamer. We hebben dus besloten om rustig enkele filmpjes te zien om de straten en mensen van Delhi te ontwijken.
In Kerala werden we door iedereen getrakteerd op een mooie lach. De mensen zijn hier echt super vriendelijk. Wat een verschil met sommige andere delen in India. In Fort Kochi voelden we ons ondanks deze vriendelijke mensen niet helemaal thuis. Het was precies of we niet meer in India waren. Waar waren het vuil, het lawaai, de fietsriksja’s en de krakkemikkige theestalletjes gebleven? Dit alles had even plaats gemaakt voor nette straten, georganiseerd verkeer, poepsjieke hotels en op westerse smaak geinspireerde winkels. We voelden ons precies in Oostenrijk of Portugal. Na twee dagen ontdekten we wel dat vooral het toeristische centrum zo on-Indisch was. Als we vijf straten verder wandelden, voelde alles snel veel vertrouwder aan.
Nu zitten we in Trivandrum bij Karsten en Christine. Twee Duitsers die we in Living Farms ontmoetten. Zij werken bij Thanal, een partner ngo van Living Farms. Ook hier worden we weer super goed ontvangen door dit koppel en hun collega’s. Het is fijn om ’s avonds bij een pintje (van 600 ml) met mede-europeanen te keuvelen. Je merktdadelijk dat je elkaar veel beter begrijpt, zeker daar we allemaal dezelfde dingen hebben meegmaakt. Overmorgen gaan we terug enkele daagjes rondreizen in enkele natuurparken en de backwaters. Misschien komen Karsten en Christine 2 daagjes mee. Wij hopen alvast van wel. Vooral voor hun aangename gezelschap, maar stiekem toch ook omdat ze 2 royal emfields (de Indische Harley Davidson) hebben. Een zaligheid om mee rond te cruisen.
Tags: Dharamsala, Fort Kochi, Kerala, Kochin, McLeod Ganj, Trivandrum
Dit bericht werd gepost op Saturday, August 29th, 2009 at 11:23 am en is gecategoriseerd als impressies, onderweg. Volg nieuwe commentaren op dit bericht via de RSS 2.0 feed. Laat een reactie achter, of link terug naar je eigen site.






August 31st, 2009 at 10:03 am
Hey Jens!!!
Eén tipje: als je de backwaters doet, doe het dan met een kleine motorboot, die neemt je mee in alle kleine kanaaltjes waar de grote niet in kunnen
Groeten Stijn